Fietsen

filosoferen met kleuters

De snelle fiets

Met de kleuterklassen filosoferen we over fietsen, over leren door ervaring, Iets zeker weten, veranderen, balans, beweging, oefenen, mechanieken,  menselijke maat en hulp van anderen. De kleuters raken niet uitgepraat!

Ik vertel het verhaal van Jip Fiets …. op de grote zwarte fiets van papa, hij wiebelt en zwabbert en… hij valt… hij kan al goed fietsen!

Kan jij al fietsen?

“Ja! nee! en Ik weet het nog niet! Mijn moeder heeft het heel vaak geprobeerd. Ik kon wel fietsen maar nu niet meer, omdat ik nu een moeilijke fiets moet. Hij heeft 2 wielen, eerst had hij vier wielen. Met 2 wielen is het moeilijker fietsen omdat er bijna geen wielen zijn.”

filosoferen met kleuters

De wiebelfiets

“Dan moet je op een fiets zitten, dan weet je dat je kan fietsen, je moet oefenen. Je moet bewegen met je voeten. Ik heb een eigen fiets en dat ga ik met papa en mama op een plek zitten en dan kan ik fietsen. Ik heb al een keer met 2 wielen gefietst en ben toen niet gevallen. Als je het probeert dan weet je het. En als je het nog een keer probeert gaat het beter. Als je valt dan zeg je “ik kan het nog niet”Ik vraag iemand zijn fiets , want mijn fiets is te zwaar.”

Ben jij wel eens gevallen?

“Ik val niet want ik kan remmen. Mijn wiel was eraf en dan val je. Als je valt moet je je voeten op de grond zetten dan val je toch niet. Ik val nooit, want ik ben groot.”

Hoe komt het dat je valt?

filosoferen met je hele lijf

De versierde fiets

“Je valt als je ineens stilstaat, dan val je om. Als er stenen liggen op de straat, als je niet kijkt of oplet, als er een bocht is, als er auto’s zijn, als de fiets te groot is, als het glad is en je kijkt niet goed uit, als je niet stuurt en wel wiebelt. Als een auto gaat rijden moet je stoppen. Er komen soms takken in de wielen. Je valt ook als je maar op één wiel rijdt, dan gaat de fiets wiebelen en dan ben je al gevallen. Als er geen zadel is dan moet je staand fietsen en dan val je. Als je een bocht wil nemen moet je je fiets optillen. De wielen worden dan scheef. Als je fiets het niet goed doet. Je kan niet vallen met een driewieler. Maar een driewieler gaat wel veel langzamer, dus we gaan met 2 wielen fietsen. Als je langzaam gaat met de twee wielen dan val je.”

Wat heb je nodig een grote of een kleine fiets?

“Als je op een kleine fiets gaat dan val je. Grote mensen kunnen niet op een kleine fiets. Je kan ook het zadel kleiner maken als de fiets groot is. Toen ik 4 jaar was had ik een kleine fiets.”

Wat zit er op een fiets?

DE fiets zonder ketting

“Een bel, een mandje, een stuur, ook een band en als die vies is dan moet er een nieuwe band op, dat doet papa, ., een hond, een stoel, een hond aan een touw naast achter de fiets en die gaat bijten als je valt.  Een ketting waardoor de fiets gaat rijden, als je geen ketting hebt gaat de fiets niet rijden. Een slot en een sleutel anders wordt de fiets gestolen.”

Kan je vallen als je fiets gestolen is?

“Nee dan kan ik niet want ik steel nooit!”

filosoferen met kleuters

De gestolen fiets

We sluiten af met een kringspel fietsen met elkaar en we zingen het fietslied.

kleuterfilosofie les ontworpen in samenwerking met Mirjam Poolster

 

Posted by | View Post | View Group

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *