De ober

In de filosofielessen besteed ik veel aandacht aan de voorwaarden om te kunnen filosoferen:

Elke les worden deze voorwaarde genoemd en geoefend, soms kort en soms langer. Als iets niet goed gaat vergroot ik het uit voor de kinderen en kijken we er met elkaar naar en onderzoeken wat er gebeurt. Vaak oefenen we heel praktisch hoe we iets doen en hoe het ook anders kan gaan en wat de verschillende manieren ons opleveren. Bijvoorbeeld:

In de kring zitten met elkaar. Aandacht hebben voor wat er in de kring gebeurt; het gesprek, het verhaal, de film. De bel. De regels van de bal.

 Waarom praten we één voor één?

Vandaag hebben we onderzocht hoe het gaat als we allemaal door elkaar iets zeggen. Bedenk in je hoofd , zonder te praten wat vind jij het lekkerst? Dan tel ik af 3…2…1…go!  En alle kinderen mogen dan tegelijk het lekkerste hardop zeggen: Patat, ijs, chips, kroket, hamburger, worst, ei, …..

Dan laat ik de bel klinken en iedereen is weer stil. Ik vraag “Wat heb jij gehoord?” Wie heeft gehoord wat Jan zei?

Er gaan vingers omhoog. Ik geef kinderen de bal die het verst bij Jan vandaan zitten.  Chips, patat …Nee, zegt Jan dat klopt niet, dat zei ik niet. Zo gaan er nog een paar kinderen raden. Dan steekt Rik zijn vinger op , die zit naast Jan. Rik krijgt de bal en zegt “chocoladekoek” , dat zei Jan. Jan grinnikt “bijna goed” Ik zei  “chocoladekoekjes”. Ja zegt Rik , ik heb het gehoord omdat ik naast Jan zit.

Daarna spelen we obertje en de juf neemt één voor één de bestelling op van de kinderen. We praten met de bal.

 

 

 

Posted by | View Post | View Group

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *